Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Overheidsfinancien gezond maken: nodig en mogelijk
Overheidsfinancien
  • 16/01/2019

Overheidsfinancien gezond maken: nodig en mogelijk

Ondanks beter dan verwachte begrotingscijfers vorig jaar, zit de federale begroting nog niet op een structureel gezond pad. Zonder ingrijpen loopt het federale begrotingstekort tegen 2021 fors op tot 1,7% bbp. De Vlaamse begroting zit in veiliger vaarwater, maar heeft nood aan een spending shift van consumptieve uitgaven naar productieve investeringsuitgaven. Om hun begrotingen fundamenteel gezond te maken, moeten de komende Vlaamse en federale coalities ongeveer 5% van hun finale primaire uitgaven heroverwegen. Dat kan, mits ze zich voldoende voorbereiden via een uitgavennorm en een spending review.

  • Alle beleidsniveaus hebben er zich toe verbonden tegen 2020 hun begroting structureel in evenwicht te brengen.
  • Een nieuwe verhoging van de globale belastingdruk moet absoluut vermeden worden.
  • De federale overheid moet via een strikte uitgavennorm de tering naar de nering blijven zetten.
  • De Vlaamse overheid moet de noodzakelijke spending shift van lopende naar investeringsuitgaven verwezenlijken.

Volgens de meest recente prognoses van de Nationale Bank (OverheidsfinancienNBB) zouden de overheidsfinanciën 2018 afsluiten met een tekort van 0,8% bbp. Een lichte verbetering in vergelijking met 2017. Op het eerste gezicht liggen onze overheidsfinanciën dus op schema om tegen 2020 eindelijk het beoogde (structurele) begrotingsevenwicht te bereiken. 

Die conclusie is echter voorbarig. Het globale financieringstekort zou de volgende jaren zonder ingrijpen immers weer oplopen tot -2% bbp tegen 2021. De verwachte verslechtering van het saldo tot -1,6% bbp in 2019 is voor het grootste gedeelte het gevolg van eenmalige ontvangsten die dan wegvallen. Ondernemingen betaalden in 2017 en 2018 immers versneld vennootschapsbelasting, daartoe aangezet door extra belastingvermeerderingen bij onvoldoende voorafbetalingen. Daardoor bereikte de vennootschapsbelasting vorig jaar een ongekend hoog niveau van 4,3% bbp. In 2019 zou de opbrengst van deze belasting volgens de NBB dan ook aanzienlijk slinken (-0,7% bbp) door lagere ontvangsten uit inkohieringen. Ook dan blijft de opbrengst van de vennootschapsbelasting overigens op het hoge niveau van net voor de financiële crisis.  Bovendien zou ook de opbrengst van de personenbelasting in 2019 dalen met 0,2% bbp in het kader van de taxshift. 

Maar ook aan de uitgavenzijde zit er duidelijk druk op de begroting. De dalende tendens van de primaire uitgavenquote de voorbije jaren kwam al in 2018 tot een abrupt einde. De  primaire uitgaven stegen in 2018 immers naar verwachting met 2,2% (na correctie voor inflatie). In tegenstelling tot de voorgaande jaren groeiden de uitgaven dus weer beduidend sneller dan de economie zelf (+1,5%). De primaire uitgavenquote steeg zodoende met 0,4% bbp. Die stijging zou niet alleen te wijten zijn aan de traditionele investeringsimpuls in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, maar ook aan de toename van de sociale uitkeringen. De vorige regering hield de groei ervan in de eerste jaren onder controle door een strikte beheersing van de uitgaven van de gezondheidszorg, de indexsprong in 2015 en de daling van de werkloosheid. Tot 2017 daalde het aandeel ervan in het bbp dan ook lichtjes. Sinds vorig jaar is de groei van de sociale uitkeringen echter weer versneld.

Grafiek primaire uitgaven

Ook de volgende jaren neemt het overheidsbeslag zonder ingrijpen toe.  De begroting(en) 2019 zouden de groei van de primaire uitgaven nog inperken tot 1%. In 2020 en 2021 zou het groeitempo echter weer oplopen tot 2%, opnieuw beduidend boven de economische groei. Tegen 2021 zouden de primaire uitgaven zonder beleidsingrijpen zodoende verder stijgen met 0,4% bbp tot 50,5% bbp. 

Alle beleidsniveaus hebben er zich toe verbonden tegen 2020 hun begroting structureel in evenwicht te brengen. Vooral voor de federale overheid wordt dat nog een zware opdracht. Het federale tekort loopt bij ongewijzigd beleid immers op tot 1,7% bbp in 2021. Gemeenschappen en gewesten zouden slechts een beperkt tekort van 0,2% bbp moeten wegwerken. De Vlaamse overheid zou volgens de jongste meerjarenraming van haar eigen administratie de volgende jaren niet in het rood gaan. 

“Spending reviews zijn een uitgelezen instrument om het budget doordacht te saneren zonder de groei te fnuiken.”

Een nieuwe verhoging van de globale belastingdruk moet absoluut vermeden worden: ons land behoort op dat vlak vandaag al tot de Europese top 3.  De federale overheid zal dus de volgende jaren via een strikte uitgavennorm de tering naar de nering moeten blijven zetten. Tot de duurzame realisatie van het structureel evenwicht blijft er op dat beleidsniveau weinig ruimte voor nieuw beleid. Ook van de Vlaamse overheid verwachten we gelijkaardige inspanningen, maar dan om de noodzakelijke spending shift van lopende naar investeringsuitgaven te verwezenlijken. Het zijn immers vooral de gewesten en de lokale besturen die ter zake bevoegd zijn. Door de gemiddelde jaarlijkse groei van hun finale primaire uitgaven in de volgende legislatuur te beperken tot 0,6% à 0,9% per jaar zouden zowel de federale als de Vlaamse overheid ongeveer 5% van hun finale primaire uitgaven heroverwegen. Dit is een haalbare groeinorm, die al gerealiseerd werd in de eerste drie jaar van deze legislatuur (zie grafiek). Om daartoe te komen stellen we voor dat de verschillende overheden ernstig werk maken van een spending review van hun bestaande uitgavenmechanismen. Daarbij licht elk beleidsdepartement zijn ‘ongewijzigd beleid’ kritisch door en gaat na of het gespendeerde belastinggeld voldoende meetbare resultaten oplevert. Spending reviews zijn een uitgelezen instrument om het budget op een doordachte manier te verdelen en te saneren zonder de groei te fnuiken. 

We kunnen daarbij lering trekken uit de ervaringen in andere lidstaten waar deze benadering al tot heel wat doordachte besparingen heeft geleid. Reden waarom de Europese Commissie het ook ons land aanbeval in haar jongste Landenspecifieke Aanbeveling .  Iets om voor te bereiden tijdens lopende zaken en te beslissen zodra een nieuwe regering is gevormd. 

Dit artikel bespreekt een belangrijk onderdeel van het Voka Verkiezingsmemorandum. Meer is te lezen op www.durfkiezen.be

Contactpersoon

Karl Collaerts

Senior Adviseur Fiscaliteit & Begroting

ING
SD Worx