Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Focus op vroege detectie, research en innovatie
Bruno Holthof
  • 03/10/2019

Focus op vroege detectie, research en innovatie

Ons zorgsysteem menswaardig, duurzaam en toegankelijk houden? Dan moet het kwalitatiever, veiliger en efficiënter worden. Nu veranderen en verbeteren is dus de boodschap. Hoe? Dat ontdekte u op 24 september tijdens het congres van Voka Health Community. Ook na het congres geven nog enkele toekomstdenkers hun visie op welzijn en zorg. Deze week aan het woord: Bruno Holthof

Research en innovatie zijn belangrijke drivers van Oxford University Hospitals. U weet het of niet, maar het is een Vlaming die aan het hoofd staat ervan. Bruno Holthof is CEO van “het UZ Leuven van Oxford”, zoals hij zelf zegt. “Om de gezondheidszorg betaalbaar te houden moeten we vooral inzetten op detectie”, klinkt het.

Bruno Holthof

"De beste manier om de gezondheidszorg betaalbaar te houden is ervoor te zorgen dat we (het risico op) ziekte in een vroeg stadium opsporen. Dat vermijdt dure ingrepen met beperkte impact op de levensverwachting en/of kwaliteit."

Bruno Holthof

Even de omvang van Oxford University Hospitals (OUH) kaderen: op 4 grote sites, waarvan 3 in Oxford, en 44 locaties in de Thames-vallei, bieden de zowat 13.000 medewerkers zorg aan ongeveer 3,5 miljoen inwoners. De groep heeft een omzet van iets meer dan een miljard pond.

OUH wordt gedreven door research en innovatie. “Een groot deel van onze patiënten neemt deel aan klinische studies”, duidt Holthof. “We waren een van de grondleggers van het ‘100.000 genomes-project’, dat hele genomen van patiënten sequencet (Het project richt zich op zeldzame ziekten, enkele veel voorkomende soorten kanker en infectieziekten, nvdr). Die basis hebben we gebruikt om een chip te ontwikkelen die stukjes DNA analyseert en waarmee we een ‘polygenic risk score’ kunnen bepalen. Dat is een individuele risicoscore voor een individuele patiënt, op basis van een analyse van alle stukjes DNA die geassocieerd worden met een verhoogd risico op ziektes. Zo’n chip kost amper nog 20 pond.” Een concrete toepassing die wordt onderzocht: vrouwen die op basis van de polygenic risk score een hoger risico lopen op borstkanker, kunnen vroeger én anders gescreend worden dan vrouwen die een lager risico lopen. 

Een belangrijk project, want vroege detectie is voor Holthof dé sleutel om de gezondheidszorg betaalbaar te houden. “Om ziektes vroegtijdig op te sporen of te vermijden, moeten we focussen op de genetische basis van ziektes en risico’s. Hoe vroeger we kanker opsporen, hoe beter voor de uitkomst van de behandeling. En dankzij genetisch onderzoek kunnen we bovendien een meer gerichte therapie bepalen voor die specifieke kanker.” 

Het tweede domein waar Holthof een enorm potentieel ziet, is de digitalisering van de gezondheidszorg. “Dankzij die evolutie slagen we erin om meer patiëntengegevens digitaal te verzamelen. Data zijn waardevol, maar zijn - in tegenstelling tot gebouwen - nog niet als “assets on the balance sheet” erkend. Vorig jaar hebben we met KPMG een studie uitgevoerd om de waarde ervan te bepalen, en hebben we een databank naar de London Stock Exchange gebracht. We blijven nu bezig met het verzamelen van data. Het voordeel in Engeland is dat we toegang hebben tot alle data van de National Health Service. In de mate dat je meer en meer digitaliseert, worden er meer en meer data beschikbaar: vitale parameters, genomische informatie, imaging,… Die datasets worden zo ver mogelijk terug in de tijd aangevuld én worden in de toekomst toegevoegd. Het is een snel groeiende databank met verschillende mogelijke toepassingen.”

Een eerste concrete toepassing heeft te maken met risicobepaling. “Gebaseerd op de historiek kunnen we op basis van vitale parameters voorspellen wat het risico is dat de toestand van een patiënt in de toekomst zal verslechteren. Dat laat toe om vroeger te interveniëren en zo kunnen we vermijden dat de patiënt op intensieve zorgen moet worden opgenomen. Die risicobepaling maakt bijvoorbeeld dat de geneesheer eerst de patiënten met het hoogste risico onderzoekt en behandelt. Op die manier kunnen we het aantal opnames op de dienst intensieve zorgen verlagen, en als we dat doortrekken wellicht ook het aantal opnames in het ziekenhuis verminderen. Kortom: door data te gebruiken, kunnen we vroeger ingrijpen, geïndividualiseerde zorg bieden en de risico’s laten dalen.”

Een andere mogelijkheid is om die digitale gegevens in te zetten, ligt in de beeldvorming. “We hebben een klinische studie lopen om aan te tonen dat een computer normale x-rays als normaal kan identificeren. Door de computer dat werk te laten doen, kan de radioloog meer tijd spenderen aan x-rays die de computer niét als normaal beschouwt. Gezien er een tekort is aan radiologen, kunnen we op basis van die digitale beeldvorming een groot deel van het werk vermijden en grootschalige screening toch laten plaatsvinden. Dezelfde software wordt nu ook al ingezet om radiologen op te leiden.”

De droom van Holthof is om de polygenic risk score te kunnen uitrollen om bij patiënten getarget risico’s te kunnen opsporen en om de data te verzamelen om beter te kunnen voorspellen welke patiënten het meeste zorg zullen nodig hebben. Een aantal jaar geleden was dat een droom die ooit realiteit kon worden - “mijn droom is om die nu ook reëel te maken”, vertelt hij. 

Transitieperiode nodig
Op de vraag of die toepassingen ook in België op korte termijn mogelijk zijn, antwoordt Holthof: “De grootste hindernis is het terugbetalingssysteem. Je hebt bereidheid nodig om te investeren in de technologie en de uitrol. Het heeft ook een enorme impact op de tewerkstelling  en opleiding van gezondheidswerkers. Of het nu gaat over digitale technologie of genetica: mensen moeten worden bijgeschoold. Daarvoor is een transitieperiode nodig.”

Een ander heikel punt dat Holthof ziet, is de versnipperdheid in ons land. “Toen ik in België actief was in de sector, vond ik de fragmentatie en concurrentie frappant. Toen ik voor deze functie in Oxford in de running was, was een van mijn vragen hoe de relatie met Cambridge was. Het antwoord was: ‘we are smart enough to know when to compete and when to collaborate’. Met andere woorden: er wordt geconcurreerd voor middelen en mensen, maar er wordt ook ongelofelijk samengewerkt. Dat komt omdat men hier goed beseft dat de échte concurrentie in Boston, Silicon Valley en China zit. We kunnen alleen blijven meespelen als we samenwerken.”

De incentive die in ons land nodig is om innovatie te stimuleren, is een hervorming van de ziekenhuisfinanciering en het terugbetalingssysteem, vindt Holthof. “Het huidige systeem incentiveert ingrepen die vaak onnodig zijn of die weinig impact hebben op de levenskwaliteit of levensduur. De recente introductie van forfaitaire vergoedingen voor bepaalde diagnoses/behandelingen is een voorbeeld van een aanpassing in de financiering, die innovatie zal stimuleren. Mits een vroege detectie en behandeling ligt er een enorm potentieel om de productiviteit in de sector aanzienlijk te verhogen.”

Een ander voorbeeld is de Engelse financiering van onderzoeksprojecten. “Research en development gebeuren hier met een deel van het budget voor gezondheidszorg. Om de vijf jaar dienen organisaties hun dossier voor funding in. Als na vijf jaar blijkt dat een bepaalde onderzoeksgroep of -domein niet kwalitatief genoeg is, wordt het project beëindigd. Dat vraagt veel moed en durf, maar het betekent wel dat er keuzes gemaakt worden. Op die manier wordt alleen geïnvesteerd in topprojecten die echt baanbrekend zijn”, besluit hij.

Ontdek hier de visie van onze andere toekomstdenkers.

Contactpersoon

Ria Binst

Projectmanager Health Community

Toekomstdenkers over welzijn en zorg gezocht!

Bent (of kent) u ook een toekomstdenker? En wil u uw visie op welzijn en zorg delen? Deel dan een filmpje of tekst op Twitter of Facebook met de hashtag (#) toekomstdenkers.
De meest opmerkelijke uitspraken delen we voor, tijdens of na het congres en nemen we mee als insteek voor verder studiewerk.

VZW - Actiris - Oktober2019
VZW - vGD
ING
SD Worx