Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • COLUMN - Afnemende inkomensongelijkheid
Bart Van Craeynest
  • 25/01/2019

COLUMN - Afnemende inkomensongelijkheid

De verkiezingscampagne werd de voorbije weken op gang getrokken (voor zover die niet al langer bezig was). Één thema dat vanuit de oppositie naar voren geschoven wordt, is dat van het ‘harde/kille beleid’ dat dringend gecorrigeerd moet worden. De voorbije jaren zou een sociaal afbraakbeleid gevoerd zijn, waarbij de ongelijkheid fors toeneemt en meer en meer mensen financieel niet meer mee kunnen. Dat verhaal blijkt evenwel niet uit de beschikbare statistieken. 

Bart Van CraeynestSowieso blijft het bizar dat verwezen wordt naar sociale afbraak in een land waar de sociale uitgaven volgens de OESO 28,9% van het BBP bedragen (of 130 miljard euro), de tweede hoogste onder de industrielanden. Daarnaast ligt ook de retoriek over toenemende ongelijkheid moeilijk. De meest gebruikte maatstaf voor inkomensongelijkheid is de Gini-coëfficiënt, die varieert van 0 voor absolute gelijkheid tot 1 voor absolute ongelijkheid (één individu heeft al het inkomen en al de rest heeft niets). Voor 2017 kwam die indicator voor België uit op 0,26, waarmee ons land bij de minst ongelijke landen van Europa hoort. Bovendien is die ongelijkheid, in tegenstelling tot wat al te vaak beweerd wordt, ook helemaal niet aan het toenemen. Sinds 2013 bleef die stabiel, na een eerdere daling. Daarmee doet België beter dan gemiddeld in de buurlanden of in de Scandinavische landen. In die laatste nam de inkomensongelijkheid de voorbije jaren wel toe.    

Ook het door de gele hesjes geïnspireerde beeld van hardwerkende mensen die de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen, komt niet overeen met de cijfers. Volgens Eurostat loopt 3,8% van de Belgische werknemers het risico op armoede. Dat kan nog altijd 3,8% te veel zijn, maar is wel op Finland en Tsjechië na het laagste in Europa. Ter vergelijking, het gemiddelde in de eurozone ligt op 7,8%. Het fenomeen van werkende armen komt in België relatief zelden voor. Vooral voor niet-werkenden liggen de armoedecijfers vrij hoog (33%). 

Deze cijfers betekenen helemaal niet dat er in België geen ruimte is om beter te doen op het vlak van sociale bescherming. Maar als beleidsmakers vertrekken van verkeerde feiten, dreigen ze ook met verkeerde oplossingen te komen. Zo vormen hogere minimumlonen in België geen goed antwoord op de armoedecijfers. Sowieso horen de Belgische minimumlonen vandaag al bij de hoogste van Europa. En nog belangrijker: hogere minimumlonen zouden de drempel voor toetreding tot de arbeidsmarkt nog verhogen. Potentiële werknemers moeten immers dat hogere minimumloon kunnen waarmaken. In die zin zou zo’n verhoging zelfs meer kwetsbare groepen uit de arbeidsmarkt duwen, waardoor die hun risico op armoede zouden zien toenemen. Om het armoederisico te verlagen, moet het Belgische beleid net meer doen om die kwetsbare groepen aan het werk te krijgen.

ING
SD Worx