Skip to main content
Loonoverleg
  • 24/01/2019

Afgesprongen loonoverleg

De vakbonden verlieten deze week het loonoverleg en kondigden meteen een algemene staking aan voor 13 februari. Ze eisen voor de komende twee jaar hogere loonstijgingen dan de maximale marge die uit de analyse van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) naar voren kwam. Als argumentatie voor die eisen verwijzen ze naar de sterke economie en de ‘sjoemelsoftware’ in de nieuwe loonwet. Daarbij gaan ze nogal vlot voorbij aan een aantal cruciale punten.  

Loonmarge van 4,6% voor 2019-2020

LoonoverlegDe CRB publiceerde vorige week haar rapport over de beschikbare marge voor de loonstijging in de komende twee jaar. Het cijfer dat daarbij het meest opgepikt werd, was de 0,8% maximale ruimte voor loonstijging in 2019-2020. Daarbij wordt voorbij gegaan aan de indexering die voor die periode geraamd wordt op 3,8%. In zowat alle andere landen gebeuren de loononderhandelingen over het volledige pakket. In België wordt de loonindexering automatisch toegekend, waardoor enkel onderhandeld wordt over de reële marge (d.w.z. de loonstijging bovenop de inflatie). Maar de totale ruimte voor loonstijging omvat wel die reële marge en de indexering. Voor 2019-2020 komt dat uit op een loonstijging met 4,6%.

De zin van de nieuwe loonwet

Als een van de meest open economieën ter wereld is de Belgische economie zeer gevoelig voor schommelingen in haar concurrentiepositie. En de loonontwikkeling is daarin een belangrijke factor. Daarom proberen we al lang onze loonontwikkeling af te stemmen op die van onze handelspartners, met wisselend succes. Sinds 1996 gebeurt die afstemming ten opzichte van de buurlanden, veruit onze belangrijkste handelspartners. Dat vastleggen van de loonmarge gebeurt uiteraard op basis van vooruitzichten, en die blijken achteraf niet altijd perfect overeen te komen met de realiteit. Probleem daarbij was dat die afwijkingen in het verleden vooral in het nadeel van de Belgische concurrentiepositie uitdraaiden. Vooral de inflatie kwam vaak hoger uit dan verwacht, wat via de automatische loonindexering de lonen in ons land hoger duwde dan in de buurlanden. Dat resulteerde tegen 2010 bijvoorbeeld in een opgebouwde loonhandicap van 5,4% in vergelijking met 1996. Dat kwam bovenop de historische handicap die voor 1996 al opgebouwd was. Mede als gevolg daarvan verloren Belgische bedrijven van 1996 tot 2015 20% aan marktaandeel op de internationale markten. Ter vergelijking: Nederlandse bedrijven verloren in die periode maar 2,5% aan marktaandeel, Duitse bedrijven versterkten hun marktaandeel zelfs met 12%.

In 2017 paste de regering Michel de wet van 1996 aan. Daardoor wordt nu gewerkt met een correctie- en een veiligheidsmarge. Die eerste dient om de eerdere loonhandicap weg te werken, de tweede om een buffer te hebben voor eventuele inschattingsfouten in de gebruikte vooruitzichten. Als die veiligheidsmarge achteraf niet nodig blijkt, wordt die meegenomen naar de volgende loononderhandelingen. Met het oog op het vrijwaren van onze concurrentiepositie is dat een gezondere manier van werken dan het oude systeem (en heeft niks te maken met sjoemelsoftware).

Die sterke economie ligt achter ons

De Belgische economie heeft inderdaad een aantal degelijke jaren achter de rug. Sinds begin 2014 liet die een gemiddelde groei van 1,5% per jaar optekenen. Maar het beste in deze cyclus ligt alweer achter ons. De voorbije maanden gingen zowat alle voorlopende indicatoren voor de wereldeconomie duidelijk lager. Die economische vertraging wordt het scherpst geïllustreerd in Duitsland. Daar groeide de economie eind 2017 nog met 2,9%, maar die groei is ondertussen onder 1% gezakt. Traditiegetrouw zal ook de Belgische economie niet ontsnappen aan wat er rondom ons gebeurt. De groeidynamiek is aan het verzwakken. Voorlopig is er nog geen reden om dat te dramatiseren, maar de neerwaartse trend is ingezet, en de vele, vooral geopolitieke risico’s (o.a. de handelsoorlog van Trump en de brexit) maken het moeilijk om in te schatten hoe ver dit zal gaan. 

Tegen die achtergrond is het geen goed idee om vandaag risico’s te nemen met onze concurrentiepositie. België heeft op dat vlak een verleden waarbij de loonkosten ontspoorden in economisch minder gunstige periodes, waarna telkens moeilijke ingrepen nodig waren (zoals een indexsprong) om die ontsporing terug te corrigeren. De Belgische economie is sowieso uiterst kwetsbaar voor de verslechtering van het internationale conjunctuurklimaat die er het komende jaar zit aan te komen. Te sterke loonstijgingen zouden die negatieve impact nog vergroten. 

Toenemende koopkracht 

De harde opstelling van de vakbonden past ook in het misleidende discours van de voorbije jaren rond de koopkracht. Het beeld dat we er de jongste jaren qua koopkracht fors op achteruit gaan, strookt evenwel niet met de beschikbare statistieken. Ook de reële marge van 0,8% dreigt meegenomen te worden in dit discours. Reële lonen zijn inderdaad een belangrijke factor voor de koopkracht, maar zeker niet de enige. Ook de extra jobs en de belastingverlagingen die er nog aankomen, zorgen voor extra koopkracht. Zo levert de taxshift volgens ramingen van de NBB in 2019 een stijging van het gemiddelde inkomen met 0,5% op. Volgens alle beschikbare indicatoren gaat het met de koopkracht duidelijk de goeie richting uit.

Ernstig beleid

Het Belgische verleden met ontsporende loonkosten, verslechterende concurrentieposities en de daaruit volgende gemiste economische kansen maakt de afstemming van onze loonontwikkeling op die van onze handelspartners een logische keuze. De nieuwe loonwet bouwt een zekere veiligheidsmarge in om de tekortkomingen in het oude mechanisme recht te zetten. Op die manier kunnen we onze concurrentiepositie vrijwaren, wat positief zal zijn voor de economische groei op middellange termijn en wat vooral pijnlijke bijsturingen in de toekomst vermijdt. Dat loonmechanisme nu overboord gooien om door te duwen voor sterkere loonstijgingen tegen de achtergrond van een verslechterend internationaal conjunctuurklimaat is geen ernstig beleid. 

Contactpersoon

Bart Van Craeynest - Hoofdeconoom Voka

ING
SD Worx