Skip to main content

Waar-voor-je-geld index

Jaarlijks maakt Voka de oefening van de waar-voor-je-geld index. Daarin meten we wat de brede overheid aan output levert en wat je daarvoor als belastingsbetaler voor moet neerleggen.Hiervoor hanteert Voka een aantal principes: 

  • Het uitgangspunt van de oefening is een inclusieve liberale welvaartstaat zoals we die doorgaans in Europa kennen. We gaan dus uit van landen waarin het voor grote groepen van de bevolking goed ondernemen en werken is en waar aangenaam en gezond geleefd kan worden. Naast economische parameters integreren we daarom ook indicatoren voor gezondheidszorg, rule of law, onderwijs, leefmilieu...
  • Kwantitatief model: we vergelijken 24 landen op basis van 46 indicatoren, opgedeeld in acht hoofdcategorieën. Die 24 landen zijn de Europese leden van de OESO. We nemen die landen en niet de EU-landen, omdat de EU ook arme lidstaten telt zoals Roemenië en Bulgarije en die zijn moeilijk te vergelijken met andere Europese landen. Bovendien zijn Zwitserland, Noorwegen en Ijsland geen lid van de EU, maar ze behoren wel tot de OESO. Die laatste drie landen leunen qua welvaartspeil en cultuur dichter tegen België dan Roemenië of Bulgarije. In totaal bestaat onze welvaartsmatrix uit 1.104 datapunten.

Uit de index blijkt dat België heel slecht scoort. We zijn qua algemene overheidsoutput, dus ‘de waar’ slechts een middenmotor in Europa. Dat is niet extreem slecht maar ook zeker niet heel goed. Dit terwijl we wel met een overheidsbeslag en belastingsvoet zitten die torenhoog is en in de buurt van de Scandinavische landen ligt. Met andere woorden; we betalen de belastingen van Scandinavië maar krijgen daar hoegenaamd niet de welvaart van de Scandinavische overheden voor terug. Op basis daarvan doet Voka 4 aanbevelingen om op lange termijn beter te presteren in de waar-voor-je-geld index: 

  1. Verhoog de private werkgelegenheidsgraad: Om de burger opnieuw meer-waar-voor-zijn-belastinggeld te geven is het noodzakelijk dat er meer nettobetalers van belastinggeld bijkomen en dat het aantal nettobelastingontvangers zakt. Dit kan enkel door een beleid te voeren dat nieuwe banen in de private sector creëert. 
  2. De 'Rule of law' verdient veel meer aandacht: België scoort in verhouding met Germaanse landen eerder zwak als het op indicatoren voor rule of law aankomt. Dit heeft te maken met een aantal factoren. Vooreerst ontbreekt het aan een goede wetgevende cultuur. Ook is er vaak heel wat onduidelijkheid over wie verantwoordelijk of bevoegd is voor bepaalde materies. De hervorming van justitie en politie moet daarom onverwijld doorgezet worden met vooral een beter en sneller resultaat op het terrein.
  3. Verbeter het beheer van de publieke infrastructuur: De kwaliteit van onze publieke infrastructuur laat duidelijk te wensen over. Vervallen tunnels, wegen vol gaten, overheidsgebouwen in slechte staat, een slechtwerkend openbaar vervoer... Als eerste remedie moet er in de publieke uitgaven een verschuiving komen richting infrastructuurinvesteringen. Daarnaast moeten ook bestuurlijke lussen uit het systeem gehaald worden. Tot slot moeten publieke bedrijven ofwel beter gemanaged ofwel geprivatiseerd worden. 
  4. Inzetten op preventie in de gezondheidszorg: Wat betreft welzijn en gezondheid moeten we vooral meer preventief werken. We lopen achter ten opzichte van best practice landen.Vanuit Voka pleiten we daarom voor een heel ambitieuze preventieaanpak, met een verschuiving van 250 miljoen euro naar preventie in de komende jaren. Dat zou onze op het gemiddelde van de EU brengen in investering. 
Bart Van Craeynest - Hoofdeconoom Voka - bart.vancraeynest@voka.be
ING
SD Worx